06 januari 2007

Onafhankelijkheid moet je nemen!

Uit een internationale enquête blijkt dat men wel “België” kent, maar niet “Vlaanderen”. In China bleek men zelfs geen eenduidige naam te hebben voor die schimmige regio: Folande, Fulandi, Falamang? In de Gemenebestlanden kent men “Flanders” meestal wel, maar dan alleen als modderig treurlandschap in Noord-Frankrijk en West-Belgie waar boven de lijken de klaprozen bloeien. Een Franssprekend gebied bovendien: Ypres, Bruges, Louvain. Zouden ze in Montreal of Shanghai weet moeten hebben van dit “gedeeltelijk zelfbesturend gewest” waar men een o zo “middelgrote” taal spreekt? Doe me niet lachen. Verwachten Vlamingen van elkaar dat ze de deelstaat Saskatchewan of de zelfbesturende regio Ningxia kennen? Nou dan.

Het is volkomen normaal dat men Vlaanderen niet kent. Het typische besluit daaruit van een Vlaamse regering is dan altijd, “een inspanning” aan te kondigen om “Vlaanderen op de kaart te zetten”. Dat is verspilde moeite. Geen hond in China zal iets merken van de Vlaamse vergeet-mij-niet campagne, zelfs al gooit men er een euro per aardbewoner tegenaan.

Er bestaat wel een veel directere en normaliter ook goedkopere methode om op alle wereldkaarten te verschijnen. En succes verzekerd. Welke Chinees had er in maarschalk Tito’s tijd ooit gehoord van Slovenië? Maar vandaag staat Slovenië op elke landkaart, wordt het genoemd in elke VN-naamafroeping, en weerklinkt zijn volkslied bij sportwedstrijden. Het is namelijk onafhankelijk geworden.

Mensen die Vlaanderen op de kaart willen zetten door “meer bevoegdheden”, verkopen onzin. Ofwel wordt Vlaanderen een zelfstandige staat en dan hoeft er niet meer geleuterd over bevoegdheidsoverdrachten en communautaire verdeelsleutels, noch over de naambekendheid; ofwel kiest men voor België en vergeet men Vlaanderen. Het unitaire koninkrijk België of de republiek Vlaanderen, daar is niets tussen, of toch niets dat op iets trekt. Een staat met deelstaten in een stabiele en harmonische machtsverdeling, zoiets is in principe weliswaar mogelijk, maar niet in dit concrete geval. Het is geprobeerd, in vele opeenvolgende varianten zelfs, en het draait vierkant.

Wie in volkssoevereiniteit gelooft, heeft de keuze tussen een unitair democratisch België, dus een waarin de Vlaamse meerderheid niet langer structureel geminoriseerd wordt; of een splitsing in brokstukken die naar eigen democratisch inzicht hun eigen toekomst bepalen. Zoals nu kan het niet verder. Dat de multiculturele samenleving een mislukking is, laat zich afleiden uit het aantal mensen dat te werk gesteld moet worden om haar voortdurend op te lappen en leefbaar te maken. Dat de Belgische federale structuur mislukt is, blijkt insgelijks uit de talloze noodgrepen die nodig zijn om de schuit drijvend te houden.

Daarmee zeg ik niets dat niet al door vele Vlaamse separatisten gezegd is (behalve dat zij de optie van een unitair België niet openhouden). In die hoek betoogt men al enige jaren dat democratie onverenigbaar is met het federale België, en dat Vlaanderen onafhankelijk moet worden. Over hoe dat moet gebeuren, is er, mede dankzij de reacties op het nepjournaal van de RTBF, nu volledige klaarheid: het Vlaams parlement kan bij gewone meerderheid de Vlaamse republiek uitroepen.

Federaal parlementsvoorzitter Herman De Croo betwist dat, en eigenlijk is dat maar goed ook, want enige weerstand geeft meer echtheid aan een onafhankelijkheidsverklaring Toen de IJslanders in 1944 besloten om zich los te maken van Denemarken, openden ze eerst een procedure voor machtsoverdracht vanuit Kopenhagen. De Denen zijn daar soepel in, ze hebben bv|. aan Groenland toegestaan om zich buiten de EU te plaatsen, dus het kon probleemloos een fluwelen afscheiding worden. Maar toen bedachten de IJslanders zich: onafhankelijkheid krijgt men niet, die neemt men. Dus niks geen procedure, gewoon zelf de republiek uitgeroepen. Het leven van een staat begint niet met een smeekbede, maar met een overwinning.

Vlaanderen hoeft België dus niks te vragen, het moet de Coburgs gewoon voor een voldongen feit stellen. Onder de politieke partijen wil het Vlaams Belang ondubbelzinnig die weg volgen. Zeg van die partij wat je verder wil, maar over haar basisdoelstelling laat ze geen ruimte voor twijfel: zodra het hiertoe politiek in staat is, roept Vlaanderen zichzelf uit tot onafhankelijke staat. Hoe zit het echter met de N-VA? De verklaringen na de vernederende terugkruip naar de CD&V-leiband scheppen veel minder duidelijkheid.

De N-VA “wil erbij zijn” wanneer de dominante Vlaamse en Franstalige partijen na de verkiezingen over verder gesleutel aan de staatsstructuren en dus “over de welstand van Vlaanderen beslissen”. Blijkbaar is er dan toch nog heil in het Belgische federale model, waarvan Bart De Wever zo scherp geanalyseerd heeft dat het intrinsiek ondemocratisch is? De N-VA-voorzitter heeft na de perikelen rond Jean-Marie Dedecker toegegeven dat hij allerlei gebreken heeft, waaronder de naïviteit. Voor zijn fans, zoals ondergetekende, was dat nog vergeeflijk, want het is het soort fout dat alleen goede mensen maken. Maar ook wij blijven verrast dat hij zo extreem naïef kan zijn om te denken dat de belgicistische meerderheid rond de onderhandelingstafel hem zal toelaten om “op de besluitvorming te wegen”?

CD&V wil de N-VA gebruiken voor bepaalde rekenkundige voordelen in de verkiezingsuitslag en bij de regeringsformatie, maar zal die partij daarna zonder aarzelen laten vallen als dat nodig is om de voorziene koehandel met de Franstaligen rond te krijgen. Tenzij De Wevers partij de meerderheid behaalt, zal ze daar niets tegen kunnen doen. Ze zal zich in een kluwen van heilloze compromissen laten verstrikken en zodra ze toch nog de eer tracht te redden, zal ze weggeschopt worden. Misschien is dat wel onderdeel van een geniale strategie die Bart in zijn mouw heeft zitten. In het andere en waarschijnlijkere geval zal hij al zijn vernuft mogen gebruiken, niet om de Coburglakeien te verschalken, maar om aan zijn achterban uitgelegd te krijgen dat de wind nu eenmaal tegen zat. Net als al die vorige Vlaamse onderhandelaars die andere prioriteiten hadden dan de overwinning.

Verschenen in Brussels Journal, door Koenraad Elst.

Geen opmerkingen: